fT3: het hormoon dat bepaalt hoe jij je voelt
fT4 is de voorraad schildklierhormoon in je bloed en daalt als eerste; fT3 is de actieve versie en volgt later. Daarom voel jij je pas rustiger als fT3 langere tijd stabiel is.
Bij Graves wordt vaak vooral gekeken naar TSH en fT4, maar jouw lichaam reageert vooral op fT3. Dat is het actieve hormoon. fT3 beïnvloedt hoe snel je hart klopt, hoe onrustig je zenuwstelsel is, hoe warm je bent, hoe je slaapt en hoe je energie voelt. Om te begrijpen waarom je klachten soms niet lijken te passen bij je bloedwaardes, moet je begrijpen hoe fT3 ontstaat en waarom het vaak een eigen tempo heeft.
Hoe fT3 wordt gemaakt
De schildklier maakt vooral T4 en een kleine hoeveelheid T3. T4 is het voorraadhormoon. Het meeste T4 in je bloed is gebonden aan transporteiwitten en kan niet direct werken. Alleen het kleine vrije deel – fT4 – is beschikbaar voor omzetting.
In je weefsels (lever, nieren, spieren, hersenen, hart en immuuncellen) wordt T4 omgezet naar T3. Van dat T3 is ook weer een klein deel vrij: dat noemen we fT3. Alleen dit vrije fT3 kan cellen binnengaan en effect hebben.
Kort gezegd:
T4 = totaal voorraadhormoon
fT4 = vrij deel van T4
T3 = actief hormoon
fT3 = vrij, direct werkend deel
Je lichaam reageert uiteindelijk op fT3.
Waarom dit systeem bestaat
Het lichaam maakt niet direct veel T3, omdat dat te actief en te riskant zou zijn. In plaats daarvan houdt het een grote voorraad T4 aan en maakt het daarvan precies zoveel actief hormoon als nodig is. Dat is een veilig, flexibel systeem. Je kunt er temperatuur mee regelen, stress mee opvangen en herstel mee uitvoeren zonder dat je telkens nieuwe T3 hoeft te maken. T4 geeft stabiliteit, fT3 geeft actie.
De kern: omzetting is niet alleen vraaggestuurd
Veel mensen denken dat je alleen T3 maakt als je lichaam erom vraagt, maar dat klopt maar deels. Een deel van de omzetting is vraaggestuurd: spieren die herstellen, hersenen die actief zijn of immuuncellen die werken kunnen meer T3 maken.
Maar er is ook een automatische basisomzetting die altijd doorgaat zolang er voldoende T4 aanwezig is – al wordt de snelheid beïnvloed door factoren zoals ziekte, stress en leverfunctie.
Dit betekent dat je wél te veel fT3 kunt hebben, zelfs als je weefsels niet om extra hormoon vragen. Een hoge fT3 komt dan door te veel fT4 en een omzettingssysteem dat altijd loopt.
Wat Graves doet met fT4 en fT3
Bij Graves wordt de schildklier overgestimuleerd door TRAb-antistoffen. Die zorgen ervoor dat de schildklier te veel T4 maakt. Dat extra T4 komt in je bloed terecht en verdeelt zich, net als normaal, in een gebonden en een vrij deel. Omdat de totale hoeveelheid stijgt, stijgt ook het vrije deel – en dus heb je te veel fT4 in je bloed.
En omdat een deel van de omzetting automatisch gaat, wordt er uit die te grote voorraad vanzelf te veel T3 en fT3 gemaakt. Je hoeft daar niets voor te doen; het gebeurt simpelweg omdat de voorraad te groot is.
Dit verklaart waarom mensen met Graves hyperklachten hebben. Ze hebben niet alleen te veel fT4, maar ook te veel fT3 door de automatische omzetting.
Wat er gebeurt als je met Strumazol start
Strumazol remt de aanmaak van nieuw T4. Dat betekent dat fT4 meestal als eerste daalt. Maar de omzetting van T4 naar T3 verandert niet van de ene dag op de andere. Je lichaam blijft nog een tijd werken met de voorraad die er is en de omzettingssnelheid die bij hyper hoort. Daardoor blijft fT3 vaak nog even hoog of schommelen terwijl fT4 al mooi zakt. Je voelt dus nog hyper, ook als de arts tevreden is over de daling van je fT4.
Dit is geen fout en geen terugval. Het is hoe het systeem werkt. Eerst normaliseert de voorraad (fT4). Daarna daalt geleidelijk de productie van actief T3. En pas daarna voelt het zenuwstelsel dat het veilig is om te ontspannen.
Waarom fT3 later daalt dan fT4
Dat komt doordat je lichaam altijd eerst de voorraad normaliseert. Pas als fT4 langere tijd stabiel is, komt de omzetting tot rust en daalt fT3. En pas als fT3 langer rustig is, voelt het zenuwstelsel dat het veilig is om te ontspannen. Het zenuwstelsel is meestal de laatste die in de rij staat.
Daarom heb je vaak het gevoel dat je bloedwaarden verder zijn dan jijzelf. Je lichaam volgt fT3, niet fT4. En fT3 loopt in de praktijk vaak een stap achter in het traject van herstel.
Hoe hogere fT3 eruitziet in je dagelijks leven
Wanneer fT3 te hoog is, merk je dat vrijwel direct. Je hartslag versnelt, je voelt een soort inwendige trilling, je slaapt onrustig, je wordt warmer, je zenuwstelsel staat aan en je voelt een vorm van spanning die moeilijk te onderdrukken is. Dit kan gebeuren terwijl je fT4 er keurig uitziet, omdat fT3 nog bezig is met inhalen en zakken. Dit is een heel normaal patroon bij herstel van Graves.
Waarom fT3 soms hoger blijft, zelfs na maanden
Dit is geen teken dat de ziekte terugkomt. Het betekent dat je omzettingssysteem nog in een ouder ritme zit en dat je lichaam werkt met de voorraad die er nog was. Dat kan weken tot maanden doorgaan. Bij veel mensen daalt fT4 sneller en rustiger dan fT3. Het zenuwstelsel loopt daar vaak nog eens achteraan. Daarom klopt het vaak niet met elkaar: de waarden gaan de goede kant op en jij voelt dat nog niet meteen.
Waarom artsen fT3 soms niet prikken
In veel situaties volgen fT3 en fT4 elkaar redelijk. Daarom richten artsen zich vooral op fT4 als hoofdwaarde. Maar bij Graves, en zeker tijdens instellen op medicatie, kan fT3 een ander tempo hebben. Als klachten niet passen bij fT4, of als je je hyper voelt ondanks normale fT4, dan kan fT3 helpen om het patroon te begrijpen.
Wanneer fT3 belangrijk is om mee te meten
fT3 wordt vooral zinvol wanneer klachten en fT4 niet overeenkomen, wanneer je herstel traag voelt, wanneer hyperklachten blijven bestaan ondanks een dalende fT4, of wanneer er twijfel is over T3-toxicose. In die situaties geeft fT3 extra informatie over hoe actief je lichaam nog is.
Wat je zelf kunt doen
Het helpt om naar patronen te kijken in plaats van naar losse getallen. Noteer hoe jij je voelt naast je bloedwaarden. Realiseer je dat fT4 eerder daalt dan fT3 en dat fT3 eerder daalt dan je zenuwstelsel tot rust komt. Schommelen hoort bij herstel. Dat is normaal en het zegt niets over je vooruitgang. Het systeem komt tot rust in lagen: eerst fT4, dan fT3, dan jij.
Lees ook
👉 Wat is Graves – de basis van de ziekte
👉 Wat is er precies ziek– de kern van het proces
👉 Bloedwaarden bij Graves - patronen zeggen meer dan absolute waarden
👉 Waarom herstel zo verschillend verloopt – inzicht in individuele verschillen
