Wanneer is onderzoek naar een nieuw medicijn eigenlijk geslaagd??
Ik krijg nogal eens nieuwsberichten onder ogen over onderzoek naar Graves en Graves-orbitopathie. Soms klinkt zo’n bericht heel hoopgevend: een nieuw middel werkt goed en gaat door naar de volgende onderzoeksfase. Een andere keer lees je dat een onderzoek is mislukt of wordt stopgezet. Maar wat zegt zo’n bericht eigenlijk?
Een geslaagd onderzoek betekent nog niet dat er binnenkort een nieuwe behandeling beschikbaar is. En een mislukt onderzoek betekent ook niet automatisch dat een middel nergens werkt. Twee recente voorbeelden laten dat mooi zien
Linsitinib: een stap verder bij Graves-orbitopathie. Linsitinib wordt onderzocht als behandeling voor actieve Graves-orbitopathie. Het bijzondere is dat het een tablet is. In een eerdere studie bleek de hoogste onderzochte dosering bij een deel van de patiënten de uitpuiling van de ogen duidelijk te verminderen. Het vooraf vastgestelde belangrijkste doel van het onderzoek werd daarmee gehaald. Ook het veiligheidsbeeld was tot nu toe redelijk gunstig. Er werden bijvoorbeeld geen geneesmiddelgerelateerde gehoorproblemen gemeld. Wel waren er andere bijwerkingen, zoals diarree, hoofdpijn, misselijkheid en soms een verhoogde bloedsuiker. Het ging nog om kleine aantallen patiënten. Daarom is inmiddels een grotere fase 3-studie gestart. Dat is belangrijk: linsitinib is daarmee veel verder dan alleen een veelbelovend idee uit het laboratorium. Maar ook fase 3 moet nog laten zien of het middel bij een grotere groep echt voldoende werkt en veilig genoeg is.
En dan een onderzoek dat juist tegenviel Bij imeroprubart gebeurde bijna het tegenovergestelde. Dit middel verlaagt een deel van de antistoffen in het bloed en wordt onderzocht bij verschillende auto-immuunziekten, waaronder Graves. Een recente studie bij mensen met cutane lupus, een auto-immuunziekte van de huid, haalde het belangrijkste doel van het onderzoek niet. De fabrikant heeft daarom besloten voor deze vorm van lupus niet verder te gaan. Dat werd in het nieuws al snel een ‘mislukt medicijnonderzoek’. Maar er is een belangrijk verschil: het onderzoek ging niet over Graves.
Dat een middel onvoldoende werkt bij de ene auto-immuunziekte betekent niet automatisch dat het bij een andere auto-immuunziekte ook niet werkt. De onderzoeken met imeroprubart bij Graves gaan dan ook gewoon door. Pas die onderzoeken kunnen iets zeggen over de werking bij Graves.
Wat betekent ‘mislukt’ eigenlijk?
Een onderzoek wordt meestal vooraf heel precies opgezet. Onderzoekers spreken af welke verbetering ze vooral willen aantonen. Wordt die verbetering niet overtuigend aangetoond, dan heet het onderzoek officieel niet geslaagd. Dat betekent niet altijd dat het middel helemaal niets deed. Soms zijn er wel kleine verbeteringen te zien, maar zijn die niet duidelijk genoeg. Soms werkt een middel maar bij een deel van de patiënten. En soms blijkt het bij een andere ziekte beter te werken.
Daarom is één krantenkop vaak te simpel. En goed nieuws blijft voorlopig ook onderzoek. Dat geldt andersom net zo goed. Bij linsitinib zijn de eerste resultaten positief en is inmiddels fase 3 begonnen. Dat is echt goed nieuws voor het onderzoek naar Graves-orbitopathie. Maar het is nog geen bewezen nieuwe behandeling. De fase 3-studie moet nu bevestigen of de eerdere resultaten ook bij een grotere groep patiënten overeind blijven en of er geen belangrijke bijwerkingen naar voren komen.
Hoe lees ik zelf zo’n nieuwsbericht?
Ik kijk daarom vooral naar een paar simpele vragen. Gaat het onderzoek werkelijk over Graves of Graves-orbitopathie? Hoeveel patiënten deden mee? Was het nog een vroege studie of al een grote fase 3-studie? Werd het belangrijkste doel van het onderzoek gehaald? En wat weten we tot nu toe over de bijwerkingen? Dat geeft vaak een veel beter beeld dan woorden als ‘doorbraak’, ‘veelbelovend’ of ‘mislukt’.
Onderzoek gaat stap voor stap. Soms valt een middel af. Soms blijkt het bij de ene ziekte weinig te doen en bij een andere juist wel. En soms komen de resultaten uiteindelijk overeen met wat onderzoekers al jaren hoopten. Voor patiënten kan dat wachten frustrerend zijn. Maar juist door die verschillende stappen wordt uiteindelijk duidelijk welke nieuwe behandelingen werkelijk iets toevoegen.
