Spruitjes, míjn wintergroente
Spruitjes horen voor mij bij de winter. Die geur, die kleur, de volle smaak. Vroeger schepte ik ze met gemak twee keer op, nu eet ik ze met aandacht — 50 gram, niet meer. En dat blijkt precies goed: klein portie, groot plezier.
Spruitjes zijn altijd een van mijn favoriete groenten geweest. Vroeger at ik er gerust een bord vol van. Maar nu volg ik mijn herstelregels: spruitjes alleen als accentgroente, maximaal 50 gram.
In het begin voelde dat als een beperking. Alsof ik niet meer “echt” mocht genieten van mijn lievelingsgroente. Maar gaandeweg ontdekte ik iets verrassends: 50 gram is eigenlijk precies genoeg.
Door spruitjes te combineren met een basisgroente, bijvoorbeeld wortel, krijg ik een gerecht dat in balans is én heerlijk smaakt. Ik geniet er net zo van, misschien zelfs meer.
En verrassend genoeg smaken spruitjes ook heerlijk bij de lunch op mijn boterham met notenpasta als lunchgroente.
Herstel bij Graves betekent voor mij dus niet dat ik dingen moet loslaten, maar dat ik ze in de juiste vorm terugvind. Minder spruitjes — maar net zoveel plezier.
