Waarom ik geen granola eet

Granola lijkt een gezonde keuze: volkoren, noten, zaden, fruit. Maar schijn bedriegt soms.
Granola oogt gezond — het past in het beeld van een voedzaam ontbijt vol vezels en energie. Toch eet ik het niet. Niet omdat ik het niet lekker vind, maar omdat ik leerde wat er tijdens het roosteren en mengen gebeurt.

Granola wordt op hoge temperatuur gebakken, vaak met honing of stroop als bindmiddel. Dat levert veel AGE’s op: verbindingen die ontstaan bij verhitting van suikers en vetten, en die bijdragen aan ontstekingen en versnelde celschade. Daarnaast bevatten granen, noten en zaden van nature fytinezuur. Door ze te weken of fermenteren wordt dat deels afgebroken — maar bij granola gebeurt juist het tegenovergestelde: door het roosteren blijft het actief en wordt het minder goed verteerbaar. En de toegevoegde suikers, zelfs de natuurlijke, zorgen voor snelle schommelingen in de bloedsuikerspiegel.

Wat ik wél doe
Ik kies voor geweekte granen, zoals havervlokken, boekweit of quinoa. Door ze een nacht te laten weken bovenop mijn bordje kwark of yoghurt, breekt  een deel van het fytinezuur af, worden de vlokken zachter en beter verteerbaar, en blijven de natuurlijke enzymen actief. Met vers fruit, kruiden en een theelepel lijnzaadolie krijg ik hetzelfde comfort, maar zonder de overprikkeling van geroosterde suikers en vetten.

Afsluiting
Voor mij betekent herstel ook zachtheid in voeding. Geen knapperige granola dus, maar milde granen die rust geven aan lichaam en zenuwstelsel.

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.